‘Rabbi’ John Duncan
Het schijnt nogal een bijzondere man te zijn geweest. Markant, eigenzinnig, enigszins verstrooid, behoorlijk onhandig en geliefd door zijn studenten. Tenminste, als we verschillende typeringen moeten geloven.
Wie op onderzoek uitgaat naar Rabbi John Duncan en een bloemlezing van zijn uitspraken op zich laat inwerken, wordt als vanzelf nieuwsgierig naar de man. Klopt dat beeld wel? En waarom wordt deze bijzondere hoogleraar ‘Rabbi’ genoemd? Wat heeft hij te maken met het werk onder het Joodse volk? Waarom komt juist ds. I.L. Zöld uit Hongarije naar Nederland om met ons over zijn persoon en werk na te denken? Om u nieuwsgierig en enthousiast te maken voor de themaochtend op zaterdag 10 oktober D.V. een korte verkenning aan de hand van de vraag: Wie was Rabbi John Duncan (1796-1870)?
Hij was een vader. Op de veertiende verjaardag van zijn dochter, Maria Dorothea, schrijft hij haar een brief, waarin je het warme vaderhart voelt gloeien. Vooral omdat hij iets van Gods genadewerk in haar hart mag opmerken. Dat geeft hem een diepe vreugde en gelegenheid om op pastorale wijze geestelijk leiding te geven.
Hij was een prediker. Vier jaar nadat John Duncan tot bekering gekomen was onder de bediening van ds. Cesar Malan, werd hij predikant in de Schotse plaats Persie in het graafschap Perth. Niet lang daarna werd hij predikant in Milton, een wijk in de Schotse stad Glasgow.
Hij was een zendeling onder het Joodse volk. In 1840 werd hij door de Schotse Kerk benoemd als zendeling en vertrok hij naar Pest, een wijk van Boedapest in Hongarije. Daar woonden veel Joden en bracht hij het Evangelie. De verkondiging is rijk gezegend. Zelfs zo dat er gezegd wordt dat er sinds de tijd van de apostelen nauwelijks zo’n opvallend genadewerk zichtbaar is geworden onder de Joden dan tijdens John Duncans verblijf in Boedapest.
Hij was een hoogleraar. Na zijn terugkomst in Schotland werd de zeer begaafde John Duncan hoogleraar Hebreeuws en semitische talen aan het New College in Edinburgh. Vanwege zijn authentieke voorkomen en de verbinding met de Hebreeuwse taal kreeg hij van zijn studenten al snel de bijnaam ‘Rabbi’.
Hij was een man die sprak en niet schreef. Hij heeft zodoende geen theologische werken nagelaten. Wel zijn er uitspraken van hem bewaard gebleven, opgeschreven door zijn studenten. Bij de studenten was hij geliefd. Hij was geleerd en Godvrezend.
Nieuwsgierig geworden? Meld u dan hieronder aan voor de themaochtend. Van harte welkom!





